“De schaduw van Soeharto” door Joss Wibisono

Geschreven op 20 mei 2008, voor de site van de Wereldomroep n.a.v. het ten val brengen van Soeharto 10 jaar eerder.

Tien jaar na zijn val, op 21 mei 1998, kampt Indonesië nog steeds met de erfenis van Soeharto’s regime. Iedereen mag ongehinderd de straat op, zelfs om het aftreden van de huidige president te eisen. Maar de economie wil maar niet op gang komen. Daardoor heeft politieke vrijheid weinig betekenis voor gewone Indonesiërs. Men verlangt zelfs naar de tijd van vóór de crisis van 1997, toen ‘alles nog betaalbaar was.’

Soeharto kondigt zijn vertrek aan
Soeharto kondigt zijn vertrek aan

Als Soeharto nog leefde, zou hij de staatsinrichting van het huidige Indonesië nauwelijks meer herkennen. Niet alleen omdat er een aantal staatsorganen en ministeries is opgeheven, maar ook omdat mensen niet meer worden benoemd. Van dorpshoofd tot president, op ieder niveau worden functionarissen nu direct door het volk gekozen. In Soeharto’s tijd was dat anders. De keuze van het dorpshoofd was aan het volk, maar president, gouverneurs en burgermeesters werden door parlement, provinciale raad of gemeenteraad gekozen. Op deze manier kon Soeharto zijn eigen verkiezing uittekenen: tot zes keer toe werd hij unaniem tot president verkozen, omdat hij als geen ander het parlement wist te manipuleren.

Ook de dominante rol van het leger in de politiek behoort tot het verleden. In de tijd van Soeharto bezat het leger honderd parlementszetels. Het parlement is nu van het leger bevrijd. Wanneer militairen actief willen worden in de politiek moeten ze eerst de actieve dienst verlaten. Er zijn tegenwoordig dan ook geen officieren meer die de post van gouverneur kunnen bekleden. Onder Soeharto werd meer dan de helft van de 27 gouverneursposten door militairen bezet. Militairen moeten zich tegenwoordig alleen bezighouden met veiligheid en met buitenlandse bedreigingen. De binnenlandse veiligheid is nu in handen van de politie.

Het leger: niet meer in het parlement
Het leger: niet meer in het parlement

Tsunami

Oude conflicten zijn inmiddels ook opgelost, althans een deel daarvan. Zo is Oost-Timor nu onafhankelijk van Indonesië en heerst er vrede in Atjeh. Toen deze meest noordelijke provincie in 2004 door een tsunami werd getroffen, had de regering Yudhoyono geen andere keuze dan vredesonderhandelingen te beginnen met de GAM, de Beweging voor Vrij Atjeh. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw wilde deze beweging zich afscheiden van Indonesië. Met de ondertekening van het vredesverdrag, in Helsinki in augustus 2005, kwam aan deze aspiraties een eind. In plaats daarvan kreeg Atjeh een hoge mate van autonomie. Het leger moest zich zelfs terugtrekken. De Europese Unie begeleidde dit proces.

De kwestie Papoea blijven echter onopgelost. Dit gebied kreeg weliswaar een zekere autonomie, net als Atjeh, maar er veranderde in de praktijk bitter weinig. Anders dan in Atjeh worden mensen die in Papoea hun vlag hijsen nog steeds opgepakt en gevangen gezet, net als Molukkers. In dit gewest is ook een afscheidingsbeweging actief, maar er zijn nog geen vredesakkoorden met Jakarta bereikt. Daardoor kan het leger ongestoord doorgaan met zijn oude praktijken. Het is zeker dat de regering Yudhoyono in de huidige ambtstermijn de kwestie Papoea niet gaat oplossen. Daarvoor is nog zeker een volgende termijn nodig.

Vrije pers

Deze veranderingen zijn mede in gang gezet door een vrije pers. De Indonesische media zijn tegenwoordig zo vrij dat dreiging van publicatie angst inboezemt bij degenen die veel te verliezen hebben. In het verleden was de pers zelf bang dat zij de volgende dag niet meer kon publiceren. Verschillende keren paste Soeharto de koloniale persbreidel toe. De wet is nu veranderd, waardoor de regering geen invloed meer kan uitoefenen op de pers. In de media wordt tegenwoordig ook dagelijks melding gemaakt van corruptie, het speerpunt van het beleid van president Yudhoyono.

Soeharto tekent voor IMF lening
Soeharto tekent voor IMF lening

Maar door corruptie te bestrijden, los je economische problemen niet op. De Indonesische economie wordt nog altijd overschaduwd door de crisis van 1997, terwijl andere Aziatische landen, zoals Zuid-Korea en Thailand, de gevolgen al te boven zijn. De waarde van de roepia is nog lang niet terug op het oude niveau; deze blijft hangen op circa 10.000 tegen de Amerikaanse dollar, terwijl dat in 1997 circa 2.500 was. Investeringen blijven laag, buitenlandse investeerders mijden het land nog steeds. De investeerders die Indonesië tijdens de Azië-crisis verlieten, durven nog steeds niet terug te keren. Daardoor blijft de werkloosheid hoog. Alleen inflatie en rente zijn niet meer zo hoog als in 1997. Maar alleen daardoor stijgen de inkomens niet.

Oud recept

De hoge olieprijs en sterk toenemende voedselprijzen verergeren de economische problemen. De regering is wederom genoodzaakt de subsidie op brandstof te verlagen. Een oud recept dat ook herhaaldelijk door Soeharto werd gebruikt. Het economische beleid dat door de vier presidenten na Soeharto is uitgevoerd verschilt in essentie niet veel. Hier ligt een interessant punt. Als de politiek echt anders is geworden, waarom is het economisch beleid nog altijd hetzelfde?

Een van de opvattingen die de laatste tijd terrein wint is dat Indonesië zelf zijn economische beleid moet bepalen en minder aan de leiband moet lopen van internationale organen als het IMF, de Wereldbank of de Asian Development Bank. Deze internationale organen hebben ook steeds minder aanzien in het land, vanwege hun steun aan Soeharto. Als het Indonesië lukt om deze internationale invloed van zich af te schudden, kan Jakarta zelf zijn economische beleid bepalen en beginnen met het genereren van publieke fondsen. Zo wordt het tijd om de economische kracht van de middenklasse te benutten. Sinds Soeharto, die vooral bezig was met zelfverrijking, is die altijd miskend.

Studenten eisen Soehartos vertrek in het parlement
Studenten eisen Soehartos vertrek in het parlement

Goede politiek en gezonde economie gaan nooit samen in Indonesië. Het rechtse beleid van Soeharto pakte weliswaar goed uit voor de economie, maar ging ten koste van de politiek. Nu is de politiek beter ontwikkeld dan de economie. Door eens links af te slaan, met een nationalistisch economisch beleid, kunnen de politieke en economische ontwikkeling misschien eens samen opgaan.

Tinggalkan Balasan

Isikan data di bawah atau klik salah satu ikon untuk log in:

Logo WordPress.com

You are commenting using your WordPress.com account. Logout / Ubah )

Gambar Twitter

You are commenting using your Twitter account. Logout / Ubah )

Foto Facebook

You are commenting using your Facebook account. Logout / Ubah )

Foto Google+

You are commenting using your Google+ account. Logout / Ubah )

Connecting to %s